Methodeondersteuning
Taaltoer – ik lees met hup en aap
Leert je kind lezen met Taaltoer – ik lees met hup en aap ?
Dan vind je hier tips en ondersteuning om samen met je kind te oefenen.
Thema 1
Bekijk samen met je kind het sleutelwoord.
- Je kind leest het sleutelwoord hardop. Dit zijn de sleutelwoorden van het eerste leeswerkschrift: ik – an – el – eet – aap – ijs.
- Je kind wijst de eerste letter van het sleutelwoord aan en leest de letter hardop: i – a – e – ee – aa – ij.
- Je kind wijst de laatste letter van het sleutelwoord aan en leest de letter hardop: k – n – l – t – p – s.
Start vervolgens met de opdrachten.
Zo oefen je de geleerde letters samen in.
- Je kind leest de letters of woorden die jij aanwijst. Doe voor of verwijs terug naar het sleutelwoord als deze opdracht moeilijk gaat.
- Oefen nu het sleutelwoord met een extra (gekende) letter ervoor of erachter. In de opdrachten staat die letter vetgedrukt.
- Oefen verder met de woordrijen of teksten.
Belangrijk
Bij het lezen van letters
Let goed op de uitspraak van een letter. Je kind leest de letter fonetisch (= de klank die je hoort in het woord): k en niet kaa.
Bij het lezen van woorden
De bedoeling is dat je kind vlot gaat lezen. Door te werken met sleutelwoorden (lettergroepjes) zorgen we ervoor dat het hakken en plakken tot een minimum beperkt wordt. Door veel te oefenen zal het steeds vlotter gaan. Neem de tijd die nodig is. Vijf à tien minuten per dag oefenen is zinvoller dan eenmaal per week een uur.
Bekijk samen met je kind het sleutelwoord.
- Je kind leest het sleutelwoord hardop. Dit zijn de sleutelwoorden van het tweede
leeswerkschrift: om – uil – oog – uur – uk – af - Je kind wijst de eerste letter van het sleutelwoord aan en leest de letter
hardop: o – ui – oo – uu – u – a. Laat je kind de letter kleuren volgens de
kleurencode die gebruikt wordt in de les - Je kind wijst de laatste letter van het sleutelwoord aan en leest de letter
hardop: m – l – g – r – k – f. Laat je kind ook deze letter kleuren volgens de
kleurencode die gebruikt wordt in de les
Start vervolgens met de opdrachten.
Zo oefen je de geleerde letters samen in.
- Je kind leest de letters of woorden die jij aanwijst. Doe voor of verwijs terug
naar het sleutelwoord als deze opdracht moeilijk gaat. - Oefen nu het sleutelwoord met een extra (gekende) letter ervoor of erachter.
In de opdrachten staat die letter vetgedrukt. - Oefen verder met de woordrijtjes of teksten.
Belangrijk
Bij het lezen van letters
Let goed op de uitspraak van een letter. Je kind leest de letter fonetisch
(= de klank die je hoort in het woord): f en niet ef
Bij het lezen van woorden
De bedoeling is dat je kind vlot gaat lezen. Door te werken met
sleutelwoorden (lettergroepjes) zorgen we ervoor dat het hakken en plakken
tot een minimum beperkt wordt. Door veel te oefenen zal het steeds vlotter
gaan. Neem de tijd die nodig is. Vijf à tien minuten per dag oefenen is
zinvoller dan eenmaal per week een uur.
Thema 2
In de toekomst vullen we deze site nog aan met ondersteunende video’s voor ouders en meer tips.